Trichodina en andere aanverwante parasieten zijn waarschijnlijk de eencelligen die de koibezitter het
beste kent. Om deze schotelvormige organismen zit een duidelijke ring van kleine haartjes (cilia) die
voor de beweging zorgen. Bij koi die een Trichodina-infectie hebben opgelopen, vormt zich een grijze film
over het lichaam. Deze overdadige slijmproductie werkt alleen maar stimulerend op de groei van de
Trichodina. Trichodiniden worden ook op de meest gezonde vissen aangetroffen, maar als de vis ziek
is of in slechte conditie of in slechte watercondities verblijft, gaan de parasieten zich wild uitzaaien,
waardoor secundaire bacteriële infecties kunnen ontstaan.
Trichodiniden kunnen ook de kieuwen aantasten. Schade aan de kwetsbare kieuwplaatjes leidt dan
al gauw tot een bacteriële infectie. In het vroege stadium van de infectie gaan koi zichzelf herhaaldelijk
krabben en springen ze uit het water. In een later stadium zal de koi niet meer eten en blijft hij vlak onder
de waterspiegel hangen, meestal bij het punt waar het water doorlucht wordt.
De vis hapt vaak na lucht en komt daarvoor naar de waterspiegel.
Als het eenmaal zover gevorderd is, bestaat er weinig kans dat de koi de infectie zal overleven,
zelfs niet als de koi behandeld wordt.
Om met zekerheid Trichodina te kunnen vaststellen is microscopisch onderzoek noodzakelijk.