Huidworm (of Gyrodactylus) behoort tot de monogene trematoden.
Hun grootte varieert van 0,2mm tot 1,2mm. 
De huidwormen hebben geen ogen, het hoofdeinde is gesplitst en op elk uiteinde bevinden zich kanaaltjes die een kleverige substantie uitscheiden.
Het achterdeel heeft twee grote haken en de rand van het achterdeel heeft 16 kleine haken.
Ze hechten zich vast met deze haken in het huidweefsel van de vis en veroorzaken zo grote en ernstige schade en irritatie.
Het bindweefsel wordt vernield en de huid laat los. Er komt dan vaak ook nog een bacteriële infectie bij.
De huidwormen zijn levendbarend. Na de zelfbevruchting ontwikkelen de wormen zich in de buikholte van het ouderdier.
Vaak zijn er meerdere generaties in de buikholte te vinden, soms wel vier generaties en dit is te zien onder de microscoop bij een vergroting van 200x tot 400x.
Vissen met een aantasting zijn te herkennen aan een vermagering.
Door minder eetlust, schichtig en schurend zwemmen, donkerkleuring en aan een blauwgrijs slijmerig huidbeslag.
Bij een afstrijkje is onder de microscoop bij een vergroting van tussen de 50x en de 100x al een duidelijk beeld te zien van de snel bewegende huidwormen.